- Prof. Willem Staels is kinderarts en onderzoeker bij de Vrije Universiteit Brussel.
- Zijn onderzoeksveld is de mogelijke genezing van diabetes type 1, onder meer met stamceltransplantatie en bètacelregeneratie.
- Daarnaast onderzoekt hij vroegdiagnostiek, onder meer om ketoacidose te voorkomen en – wie weet – de diabetes te vertragen.
- Regelmatig ziet hij mensen die denken dat de diabetes hun eigen schuld is. ‘Ik vind dat pijnlijk.’
Bij de foto: Prof. dr. Willem Staels (links) en prof. dr. Nico De Leu doen onderzoek naar het herstel van bètacellen aan de Vrije Universiteit van Brussel.
De droom van prof. dr. Willem Staels, arts-onderzoeker bij de Vrije Universiteit Brussel, is om als moleculair bioloog een bijdrage te leveren aan een wetenschappelijke doorbraak in de genezing van diabetes type 1. Als kinderarts hoopt hij, zolang deze oplossing er nog niet is, kinderen met diabetes type 1 de begeleiding te bieden die ze nodig hebben om hun dromen waar te kunnen maken, net als leeftijdsgenootjes zonder diabetes. We spraken hem over vroegdiagnostiek, stamceltransplantaties en bètacelregeneratie.
Waarom heb jij je als wetenschapper en arts voornamelijk toegelegd op diabetes type 1?
“Als wetenschapper probeer ik een evenwicht te vinden tussen focus en scope. Ik wil me graag verdiepen – focus – in onderwerpen die maatschappelijk erg relevant blijven – scope. De zoektocht naar de genezing van diabetes type 1 vraagt om diepgravend onderzoek. Daar ligt mijn passie. En als het lukt om hierin een doorbraak te realiseren, verandert dat het leven van veel mensen.”
“Daarnaast werk ik als kinderarts. Wat ik bijzonder vind is dat ik de kinderen met diabetes type 1 en hun ouders een langere periode mag begeleiden. Ik ondersteun ze in de verschillende levensfases waar ze doorheen gaan en kan daardoor langdurige relaties met ze opbouwen.”
Jullie doen onderzoek naar de interactie tussen de bloedvaten en de eilandjes van Langerhans. Kun je daar iets meer over vertellen?
“Ik doe dit onderzoek samen met mijn collega Nico De Leu. Het staat niet op zichzelf, want wereldwijd wordt er veel onderzoek gedaan naar de behandeling en genezing van diabetes type 1. Er zijn veel puzzelstukjes die moeten worden gelegd. Wij focussen ons op de communicatie tussen de bloedvaten en de eilandjes van Langerhans.”
“Stel, iemand met diabetes type 1 krijgt via een stamceltransplantatie nieuwe bètacellen, een behandeling die in de toekomst hoogstwaarschijnlijk tot de mogelijkheden zal behoren. Deze getransplanteerde bètacellen kunnen niet overleven zonder bloedvaten. Wij onderzoeken hoe de bètacellen communiceren met de bloedvaten. Dat is essentieel om ze goed te laten functioneren en hun identiteit als bètacel te laten behouden. Het is niet alleen belangrijk in de context van stamceltransplantaties, maar ook bij de ontwikkeling van bètacelregeneratie.”
Jullie doen ook onderzoek naar bètacelregeneratie. Waar bevindt zich dat in de tijdlijn van het diabetesonderzoek?
“Het onderzoek naar bètacelregeneratie bevindt zich nog in een pril stadium. Mensen met diabetes type 1 ervaren momenteel de meeste vooruitgang door de nieuwe diabetestechnologieën. Deze maken het een stuk makkelijker om de glucosewaardes te reguleren. Toch vraagt deze therapie nog steeds om veel aandacht, discipline en motivatie van de mensen, en zeker bij kinderen geldt dat ook voor de verzorgers en de naaste omgeving.”
“Na de vooruitgang dankzij diabetestechnologie verwachten we een doorbraak van bètaceltransplantaties als reguliere behandeling. Dat zal een goede diabetesregulatie zonder al te veel inspanning voor nog meer mensen bereikbaar maken. Maar ook dan ben je er nog niet. De bètacellen worden getransplanteerd in de lever of onder de huid, omdat het niet mogelijk is ze in de pancreas te plaatsen, terwijl dat wel het orgaan is waar de bètacellen het beste functioneren. Met het onderzoek naar bètacel(re)generatie hopen we een doorbraak te creëren waarbij geen transplantatie meer nodig is en de glucosewaardes weer automatisch worden gereguleerd.”
“Wij onderzoeken momenteel bij muizen hoe we de insulineproductie in de pancreas kunnen herstellen. Dat doen we door bepaalde principes die betrokken zijn bij de aanmaak van bètacellen te herintroduceren. We begrijpen nog niet helemaal hoe het werkt, maar we zien dat het eiwit neuroginine 3 hierbij een sleutelrol speelt.”
Naast onderzoek naar de genezing van diabetes wordt er tegenwoordig vaak gesproken over vroegdiagnostiek van diabetes type 1. Waarom is dat belangrijk?
“In de eerste plaats is vroegdiagnostiek belangrijk om een diabetische ketoacidose bij presentatie te voorkomen. Een diabetische ketoacidose is een levensbedreigende complicatie en veroorzaakt veel stress bij de persoon met diabetes en zijn of haar naasten. Mensen hebben dan vaak niet de rust en energie om de diabeteseducatie goed tot zich te nemen, terwijl dat wel essentieel is voor het maken van een goede start met de diabetesbehandeling. Daarbij komt dat een diabetische ketoacidose om intensieve en vaak dure zorg vraagt, dus als maatschappij wil je dat ook voorkomen om de zorgkosten te beperken.”
“Een kind dat wordt gediagnosticeerd voordat een diabetische ketoacidose optreedt, maakt doorgaans een betere start met de diabetesbehandeling. Uit onderzoek weten we dat het hebben van een goede controle in het eerste jaar na de diagnose een beschermend effect heeft op het verloop van de ziekte. Mogelijk kun je als je in een vroeg stadium begint met de behandeling ook de voortgang van de vernietiging van de bètacellen vertragen. Maar dat is een vermoeden, daar hebben we nog geen harde bewijzen voor.”
“In de toekomst zullen er therapieën beschikbaar komen die de ontwikkeling van diabetes type 1 kunnen vertragen of stoppen. Op dat moment zal vroegdiagnostiek echt cruciaal zijn voor het behouden van zoveel mogelijk bètacellen.”
Op welke manieren kun je diabetes type 1 vroeger diagnosticeren?
“Allereerst is bewustwording belangrijk. Nu wordt de diagnose vaak pas gesteld als een groot deel van de bètacellen al is vernietigd. Als mensen de symptomen van diabetes type 1 – dorst, veel plassen, vermoeidheid, afvallen – beter herkennen, kan de diagnose in een eerder stadium worden gesteld.”
“Een andere manier zou bevolkingsscreening op autoantistoffen kunnen zijn, maar of dat economisch haalbaar is moet nog worden uitgewerkt. In België zijn we nu binnen een onderzoeksetting bezig met een screeningsprogramma bij kinderen waarvan één van de twee ouders of een broer of zus diabetes type 1 heeft. We volgen of deze kinderen autoantistoffen tegen de bètacellen hebben en of ze bij glucosetesten al licht verstoorde waarden hebben.”
Kunnen mensen zelf iets doen om de ontwikkeling van diabetes type 1 te vertragen of om de honeymoonfase te verlengen?
“Hier hebben we nog geen eensluidend antwoord op. Dat moet nog nader worden onderzocht. Gezinnen die bij ons meedoen aan het screeningsonderzoek bieden we, mochten we bij een kind autoantistoffen aantreffen en er al licht verstoorde waarden zijn bij de glucosetest, de mogelijkheid om heel voorzichtig en langzaam te beginnen met een diabetesbehandeling. Het kind is dan nog asymptomatisch, maar we bieden toch al aan om sporadisch kleine hoeveelheden insuline toe te dienen om de bètacellen zo min mogelijk te belasten. Op deze manier kunnen kinderen langzaam wennen aan hun diabetes en ervaren ze minder stress. Uiteraard is de keuze aan de ouders en het kind om dit wel of niet te doen.”
“De honeymoonfase, de fase na de diagnose waarin mensen zelf nog wat insuline aanmaken, heeft een dempend effect. Het liefst wil je deze periode zo lang mogelijk rekken. Persoonlijk denk ik dat je deze fase kunt verlengen, maar ook dit kan nog niet hard worden gemaakt met onderzoeksgegevens. Misschien wordt het immuunsysteem minder getriggerd om de bètacellen te vernietigen als je bètacelstress probeert te verminderen met een gezonde leefstijl, door bijvoorbeeld weinig snelle suikers te eten en veel te bewegen om het lichaam gevoelig te houden voor insuline. Maar zoals gezegd, dat is nu nog een hypothese.”
Speelt je leefstijl een rol bij het wel of niet ontwikkelen van diabetes type 1?
“Nee, alhoewel mensen uit de voorgaande vraag zouden kunnen concluderen dat je leefstijl invloed heeft. Maar dat is dus niet zo. Toch zie ik regelmatig mensen die denken dat het hun eigen schuld is. Ik vind dat pijnlijk, want het hebben van diabetes type 1 is heel belastend. Dan wil je niet dat mensen daar ook nog schuldgevoelens over hebben. Terwijl ze er niets aan kunnen doen. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om te onderzoeken of je de ontwikkeling van de ziekte kunt vertragen door vroeg te starten met de behandeling en een gezonde leefstijl. Maar daarmee kun je het krijgen van diabetes type 1 niet voorkomen.”
Je zegt dat het bij de behandeling van diabetes type 1 gaat om het zoeken naar evenwicht. Kun je dat toelichten?
“Je wilt graag dat kinderen met diabetes een zo normaal mogelijk leven leiden. Ik zeg vaak tegen ze: ‘je hebt diabetes type 1, maar je bent geen diabetes type 1’. We gaan proberen het zo klein mogelijk te houden en ik ga je helpen je diabetes zo goed mogelijk te regelen. Als dat lukt, kun je er goed mee leven en al je dromen waarmaken, net als kinderen zonder diabetes. Het betekent niet dat je nooit meer mag snoepen of frisdrank mag nemen op een feestje, maar het is belangrijk evenwicht te vinden tussen zorgen voor een goede diabetesinstelling aan de ene kant en meedoen met het normale leven aan de andere kant.”